Soedan, tellen of wegen?

Welke dag is het vandaag? Ik ben de tel een beetje kwijt. In ieder geval ben ik heel blij om al jullie enthousiaste reacties op mijn blog te zien! Hopelijk begrijpen jullie dat ik niet op alle reacties afzonderlijk reageer. Er is sinds 2005 heel wat veranderd in de Tour d’Afrique. Voor een deel hebben de Chinezen dat op hun geweten. Zij hebben het Afrikaanse continent ontdekt en overspoelen het met asfalt en andere infrastructuur, ongetwijfeld in ruil voor rechten op natuurlijke rijkdommen. Dankzij hun zijn dirt, gravel en potholes vervangen voor langgestrekte stukken perfect asfalt. Vroeger was de Tour d’Afrique een race maar met ingang van 2018 is het geen race meer, de snelle rijders gaan nog steeds snel, maar zij kunnen nu ook rustig een langzame etappe rijden zonder consequenties voor hun plaats in het klassement. In vergelijking met 2005 is onze tour een makkie. Ook zullen wij bijna altijd mobiel bereik hebben, op enkele dagen na. De kwaliteit van het netwerk kan sterk variëren, dat hebben we al gemerkt, maar als je direct na de call for prayer het internet op gaat kun je een kwartiertje profiteren van de onbenutte bandbreedte tijdens het gebed. Op zaterdag na de vorige rustdag vertrekt onze grote truck rond 6.30 vanuit Abu Simbel met in zijn kielzog de lunch truck, de security, een konvooi van zo’n 30 fietsers en natuurlijk onze uitgebreide politie escorte. Vandaag nemen we afscheid van onze Egyptische beschermers en zullen we de grens met Soedan overgaan. Er staat een overtocht van het gigantische stuwmeer met een veerpont op het programma, gevolgd door 35 km fietsen, de grensovergang en weer 35 km fietsen naar het volgende kamp in Wadi Halfa. Sportief gezien geen enkel probleem maar de formaliteiten bij de grens zullen een grote uitdaging zijn voor ons geduld, zo voorspelt Tallis onze tour director. De overtocht met de veerboot is een avontuur op zich. Het aantal vrachtwagens wat men op de boot weet te krijgen is ongelooflijk! Geen centimeter blijft onbenut. Dat ondervindt ook de peperdure Harley Davidson van Paul, een Nederlandse toerist die we bij de pont ontmoeten. Door het manoeuvreren van de vrachtwagens gaat de boot flink heen en weer en valt zijn stoere motor om. Het ding weegt 400 kg en er zijn ongeveer zeven kleine Egyptenaren nodig om de Harley weer overeind te krijgen. Paul kan er niet om lachen. Dat snap ik. Verder zijn er geen problemen en na een klein uurtje varen kunnen eindelijk weer een stukje door de woestijn fietsen. Wanneer we nog maar een kwartier onderweg zijn klinkt er een harde klap en een korte felle sis. Uit een snelle inspectie van de achterband blijkt dat een schroef van zo’n vier centimeter zich dwars door het rubber heeft geboord. Tijd om mijn achterband te vervangen. Alle fietsers die langskomen stoppen om te helpen en met zo’n twaalf man is de klus snel geklaard. We fietsen zo snel we kunnen naar de grenspost. Onze haast maakt plaats voor het broodnodige geduld want na het invullen van naam, adres, paspoort, reisdoel, bestemming, herkomst, nationaliteit, en nog veel meer details op minimaal vier formulieren, duurt het ongeveer vier uur voordat de Egyptische autoriteiten ons het land laten verlaten en de Soedanese autoriteiten ons welkom heten. Dat doen ze dan wel heel erg hartelijk! Nog 35 km te gaan, waarvan 30 voor de wind en 5 tegen, en die proberen we in een groepje van vijf zo hard mogelijk af te leggen. De energie die we in de wachtkamers hebben opgespaard moet er kennelijk uit. Dan zijn we bij Wadi Halfa waar we ons eerste kamp in Soedan opslaan. We kopen een lokale sim-kaart en we wisselen geld. Als je honderdvijftig US dollar in wisselt in briefjes van vijftig en twintig Soedanese pond dan krijg je zo’n grote stapel geld dat je je een rijk man voelt. Alistair, met wie het inmiddels weer helemaal goed gaat, vraagt zich af of hij de stapel biljetten moet tellen of wegen? Ons kamp is in een park in het piepkleine stadje. ‘s Avonds kunnen we daar koffie drinken en enkelen van ons proberen de sisha. Deze keer smaakt ‘ie naar munt, ik ben er niet kapot van. De koffie hier lijkt op Turkse koffie en is erg lekker! Een welkome afwisseling met de instant koffie waar we het in Egypte regelmatig mee moesten doen. Op zondag zullen we 150 km door de Soedanese woestijn rijden. De instructies die Tallis geeft zijn simpel: “Links af het kamp verlaten en na 150 km rechts naast de weg je tent opzetten.” Daar hebben we geen gps voor nodig. Ik rij rustig en ik kom steeds in een andere groep terecht. De omgeving bestaat voornamelijk uit zand, maar tijdens de rit verandert de kleur van het zand van goudgeel naar grijs en er verschijnen antraciet grijze rotsen die langzaam maar zeker groter worden en uiteindelijk overgaan in kleine rotsgebergte. Ryan, onze lunch truck driver uit Canada, verzorgt weer een prima lunch. Pita brood met komkommer, tomaten en eiersalade. Ook staat er gelukkig weer pindakaas voor de liefhebbers zoals ik. Na de lunch rij ik samen met Frank uit Canada. Hij is een ervaren fietser en een geweldige fotograaf. Gelukkig vindt hij het leuk om mij uit te hoe hij zijn foto’s maakt en regelmatig stoppen we even zodat ik onder zijn begeleiding kan proberen om de schoonheid van dit prachtige landschap vast te leggen. Het is leuk. We bereiken rond twee uur ons kamp. Het is weer een woestijnkamp, vlakbij een heel klein dorp, en we zijn volledig aangewezen op de faciliteiten van onze grote truck. De Nijl is vlakbij en we nemen een fris bad in het snel stromende water. Tot zonsondergang is iedereen erg blij met de schaduw van de grote truck. De volgende dag is het maandag en zullen we niet fietsen. Vanwege de vakantiedag van de douane die een extra rustdag in Luxor tot gevolg had, moeten de verloren tijd inhalen dan dat doen we met de bus. Of eigenlijk met twee minivans, waarin je met 1.92 m tamelijk opgepropt zit, onze grote truck, de lunch truck, onze security en een grote truck voor onze fietsen. Die laatste is normaal gesproken ongetwijfeld in gebruik voor het transport van kamelen. Ik merk dat ik moe ben want af en toe vallen mijn oogleden even dicht. Na 261 km slaan we ons kamp op bij Dongola, vlak aan de Nijl, en het is weer een perfecte plek voor een frisse duik. Het stadje Dongola is gezellig en chaotisch druk, iedereen is heel erg vriendelijk, en ze serveren er heerlijke limoen-kip, falafel en bonen. De stapel geld is na het bezoek aan de stad nog maar nauwelijks geslonken. Op dinsdag is er een sightseeing trip naar enkele van de 293 Soedanese pyramides. Op zich heel erg aantrekkelijk, ware het niet dat de trip onder andere uit vier uur minivan bestaat. Dat ken ik nu wel en daarom blijf ik lekker ontspannen in het kamp. Ik ben niet de enige. Het geeft me de tijd om de was te doen, alle electronica op te laden, en om deze blog te schrijven met uitzicht op de Nijl, en zodadelijk op zoek te gaan naar een limoen-kip maaltijd. Ik weet het inmiddels weer, het is dinsdag vandaag. Deze ontspannen rustdag op onze tocht naar Kaapstad bevalt me prima.

Zand, zand, en nog eens zand

Op woensdag vertrekken we voor zonsopgang voor een etappe door de woestijn op weg naar Abu Simbel. Ik heb geen haast vandaag en rij in een rustige groep. Al snel blijkt het voordeel van de mountainbike. De Egyptenaren hebben de weg opgebroken en de route daalt een paar kilometer over zand, grind en stenen. De Cube is in z’n element en al snel rij ik in mijn eentje. Terwijl de weg verandert in uitstekend asfalt verandert het uitzicht van de groene palmen langs de Nijl in de uitgestrekte zandvlakte waarover de desert highway ons 300 km lang naar Abu Simbel zal leiden. Nu ik toch alleen ben kan ik net zo goed de koffiemolen aanzetten. En dat is lekker! Al snel bereik ik de koplopers en daarmee is het verhaal van deze en de volgende etappe eigenlijk al afgelopen. De omgeving bestaat twee dagen lang uit zand, zand, en nog eens zand, de weg uit goed asfalt, het gezelschap uit de snelste fietsers, en het weer uit zo’n en wind. Halverwege slaan we letterlijk midden in de woestijn ons kamp op. Het eten is weer prima, de zonsondergang is prachtig en ’s nachts staan er meer sterren aan de hemel dan ik ooit heb gezien. Het is wel heel koud en een goede slaapzak is onmisbaar. Mijn mummie doet het gelukkig goed. Donderdag voelen mijn benen goed, heel goed. Het lijkt alsof de training van de afgelopen negen dagen z’n vruchten begint af te werpen en na ruim 150 km met steeds hetzelfde uitzicht en hetzelfde koffiemolentje ben ik bijna teleurgesteld dat we Abu Simbel bereiken en dat het tijd is om af te stappen. ’s Middags bezoeken Alistair, Neel, Osama, Alexandra, Jenna, Marty en ik de tempel. Onvoorstelbaar hoe de oude Egyptenaren zo’n bouwwerk konden bouwen, en hoe ze de tempel duizenden jaren later hebben verhuisd naar hogergelegen grond zodat hij niet verloren zou gaan in het gigantische stuwmeer. Petje af. We zijn nu bij de grens met Soedan en daar gaan de biergenieters onder ons een zware tijd tegemoet, de drooglegging. Daarom nemen ze er nog maar een maar een avondje flink van. ’s Nachts is er in het kamp het geluid van honden, moskeeën  en snurkende fietsers. Het geeft allemaal niks want vrijdag is een rustdag: de was doen, de fiets onderhouden, de daily bag aanvullen vanuit de voorraden in de permanent bag, wat eten in het kleine stadje, en voor een enkeling zelfs nog een biertje. Deze keer sla ik over… Morgen gaat de tour de grens over en laten we Egypte achter ons. Dan zijn er nog negen landen te gaan op weg naar Kaapstad.

 

Hello! Welcome!

NuIedereen besteedt de rustdagen in Luxor op z’n eigen manier. Sommigen doen de sightseeing tour in de Vallei der Koningen en bezoeken de tempels van Luxor en Karnak. Anderen, waaronder ik, doen lekker rustig aan met een wandelingetje door de souks, de was, en natuurlijk Egyptisch eten en af en toe een biertje. De mensen in de groep leren elkaar kennen en het is gezellig. Ik neem de Cube onderhanden want de mountainbike heeft als nadeel dat je niet echt diep kan zitten, zoals op de gravelbike of de roadracer, en bovendien is het profiel van mijn banden een beetje nobby voor de omstandigheden in Egypte. En dat kost alleen maar energie en tijd. Ik mag banden van Marty lenen en ik krijg stuurlint van Morris. Op deze manier is mijn fiets geschikt voor asfalt en kan ik pijnloos met mijn onderarmen op mijn stuur leunen. Op de dag dat Alistair gevallen is had hij tijdens het eten van een energy bar een vulling uit één van z’n kiezen verloren. De energy bars die we krijgen zijn namelijk nogal plakkerig. In Luxor gaan we samen op zoek naar een tandarts om de zaak weer in orde te laten maken. We komen terecht in een klein, donker, onverhard steegje waar een heel smal deurtje naar een donker trappenhuis leidt. We kijken elkaar aan… de kies moet gevuld dus we hebben geen keus, we moeten wel naar binnen. Op de eerste verdieping is het even duister als beneden, op de tweede verdieping brandt licht. We gaan naar binnen en er zit een Egyptenaar die gebaart dat we door kunnen lopen. Doorlopen naar een wit geschilderde kamer met een tandartsstoel, een paar boren, en een kleine man die Engels spreekt en zich voorstelt als de tandarts: “extraction or filling?” Kennelijk is het in Egypte vrij normaal om bij graatjes gewoon de kies te trekken, maar Alistair is van plan om tijdens deze reis al zijn kiezen te houden dus de tandarts gaat aan de gang. Geen woorden maar daden en het leed is snel geleden. De prijs, daar moet de kleine Egyptenaar toch even over nadenken… Kan hij misschien een slaatje slaan uit het leed van deze Schot? Tweehonderd pond zegt hij, dat is ongeveer 10 euro. En Alistair staat heel snel opgelucht weer buiten. De volgende dag staat een etappe van 113 km op het programma. Ik heb sinds afgelopen vrijdag de bijnaam “The Flying Dutchman” en daarom vragen de snelle mannen mij mee in hun groep. De tocht gaat langs de oostoever van de Nijl naar het zuiden. Tallis, onze tourdirector uit Zuid-Afrika, heeft ons ’s ochtends tijdens de rider-meeting gewaarschuwd dat we misschien met stenen glooiende kinderen te maken zullen krijgen. Fietsend door de kleine dorpjes zien we heel veel kinderen die buitengewoon geïnteresseerd zijn in deze bont uitgedoste stoet van westerse fietsers. Maar in plaats van met stenen gooien roepen ze “Hello!” en “Welcome!”. De rit verloopt probleemloos, we hebben mooie uitzichten, rijden tussen palmbomen en door kleine dorpjes en lunchen op een mooie locatie langs de Nijl. Het Egyptische verkeer bestaat vooral uit Tuktuks en ezeltjes. De wegen zijn een stuk smaller dat wat we tot nu toe gewend waren en eindelijk krijgen we het gevoel dat contact maken met het land en de mensen. We kamperen in een openbaar park, zoals gewoonlijk weer bewaakt door onze lijfwachten met uzi’s en ak47s. Wat een veilig gevoel… ’s Middags bezoeken we de tempel van Horus in Idfu, een prachtige tempel. Er zijn nagenoeg geen toeristen hier, op zich fijn, maar het betekent ook dat iedere Egyptenaar die in de toeristenindustrie werkzaam is zich vol overgave op ons stort om ons een paar ponden lichter te maken. Dat is al snel heel vervelend en we gaan terug naar het kamp. ‘s Avonds en ‘s nachts is het koud, echt koud, en iedereen ligt vroeg in z’n tent. Vandaag doen we 103 kilometer, dit keer langs de westoever van de Nijl. Vandaag is een makke. Omdat we vroeg vertrekken is het nog niet warm. We hebben wind mee en het asfalt is goed. We rijden door kleine dorpjes, door het groene akkerland langs de Nijl en door de woestijn. We starten om iets voor zeven uur en we zijn tegen half elf op onze bestemming. In Aswan is het warm, erg warm, de meesten van ons slaan de sightseeing over en zoeken een plekje in de schaduw. De komende twee dagen zullen we naar Abu Simbel rijden en de Sudanese grens naderen. Morgen zitten de eerste duizend kilometer er op. Nog bijna elf duizend te gaan tot Kaapstad.

Met vallen en opstaan

De Tour is neergestreken in Luxor op een kampeerterrein bij een hotel en we hebben een rustdag. Of eigenlijk hebben we twee rustdagen. Is staat één rustdag in de planning, maar omdat de Egyptische douane aanstaande vrijdag vakantie heeft is het plan gewijzigd. Volgend de planning zullen we namelijk aanstaande vrijdag Egypte verlaten en Soedan binnenrijden maar zonder douane wordt dat een riskant. Dus we vertrekken een dag later en halen die vertraging later in met een extra lange bus-etappe. Dat betekent dus wel minder fietsdagen in Soedan, jammer maar zo is het is nu eenmaal. Allemaal bedankt voor jullie reacties op de blog, erg leuk! Hopelijk begrijpen jullie dat ik niet op elke opmerkingen reageer. Ik probeer wel de vragen die ik op de blog, in de mail of via WhatsApp krijg te beantwoorden. Bijvoorbeeld: “Waar blijven de drone opnames?” Helaas, we zullen het zonder drone moeten doen, want de wet- en regelgeving in de landen waar we doorheen fietsen maakt het onmogelijk om een drone mee te nemen op de Tour d’Afrique. In de meeste landen moet je een licentie hebben en in Egypte is het zelfs verboden om een drone te bezitten en riskeer je een gevangenisstraf. En dat is onhandig op weg naar Kaapstad omdat je dan kostbare tijd verliest. Voor ons vertrek vanuit het beach resort op donderdag gaat alles goed. Met uitzicht op een prachtige zonsopgang ontbijten we in het hotel. Met oploskoffie. De eerste echte hoogtemeters staan ons te wachten en ik vertrek in een groepje van zeven richting de woestijn. Als je van de woestijn houdt, zoals ik, is het landschap prachtig. Anders lijkt het me dodelijk saai: 145 km zand en rotsen. De weg slingert en stijgt langzaam. Het stijgingspercentage varieert maar ligt meestal tussen de 1 a 2 procent en dat is goed te doen. Op haar titanium fiets en op een groot verzet verlaat de Duitse Alexandra al snel de groep en die zien we pas in het bushcamp weer terug. Zij is sterk! Even later slaat de zon toe, het wordt erg warm en dus moeten we, naast veel fietsen, ook veel drinken. Misschien is iedereen moe aan het worden want voor de lunch zijn er twee valpartijen, allebei veroorzaakt door een stuurfout. De eerste keer is het de Schot Alistair die keihard op het asfalt terecht komt. Hij laat zich niet kennen en stapt snel weer op om door te fietsen. Een paar schaafwondjes op knieën en ellebogen deren deze sterke vent niet. Even later lukt het Emma niet om een steen op de weg te ontwijken en zij valt, Jenna valt met een koprol over haar heen. Ze komen er allebei met een paar schaafwonden van af. Maar dit keer kunnen we niet verder want het stuur van Emma’s fiets staat scheef en haar remschijf is verbogen. Onder toeziend oog van de Egyptische politie en met telefonische hulp van onze mecanicien Jordan weet Alistair met een grote aluminium bandenlichter de schijf weer een beetje recht te krijgen. Kennelijk zit de schrik er een beetje in want in het stuk tot aan de lunch valt de groep uit elkaar. Als we bij de lunch zijn blijkt dat Alistair echt een enorme schaafwond en bloeduitstorting op z’n linker bovenbeen heeft opgelopen door de val. Hij geeft het niet graag toe maar zijn ledematen worden stijf en hij heeft pijn. Hij kan ook nog lachen, dit hoort nu eenmaal bij fietsen zeg hij. Ook hij is sterk! Helaas is er in de woestijn geen ijs om de zwelling tegen te gaan. Na de lunch, die bestaat uit guacamole, komkommer en tomaten op pitabrood, is er nog 70 kilometer te gaan tot aan het bushcamp. Afgezien van de tegenwind verloopt de rest van de rit voorspoedig. De padvinderij van Qena heeft een muzikale ontvangst voorbereid en even later zetten we onze tenten op in ons eerste bushcamp, er is geen sanitair maar de grote truck heeft water aan boord. Terwijl Jordan het druk heeft met het herstellen en opnieuw afstellen van een aantal fietsen, verzorgt Miles een heerlijke maaltijd met rijst, salade en kip en rond kwart voor acht zijn de meesten in hun tent en is het stil in het kamp. De politie waakt over ons. De volgende ochtend om vijf uur zetten de fietsers hun hoofdlamp op en beginnen in het donker aan de opbreek- en  inpakprocedure. Het lijkt wel alsof de hoeveelheid spullen die ik in mijn daily bag moet proppen met de dag groeit. Hij gaat bijna niet meer dicht. Na het ontbijt, met echte koffie, sta ik totaal onbedoeld als één van de eersten klaar om te vertrekken, samen met Marty en Craig. Daar gaan we dan, op weg naar Luxor en op weg naar onze eerste rustdag, nog maar 106 km van ons verwijderd. Het asfalt is goed, de weg glooit af en toe een beetje en het kleine beetje wind is soms zij, soms tegen. We fietsen met z’n drieën lekker door en bereiken onder politiebegeleiding als eersten de lunch en als eersten de stad Luxor. We zien een groep van tientallen mensen met bontgekleurde vlaggen langs de weg, het lijkt op een soort feestelijke demonstratie ofzo. Als we er langs rijden dringt het pas tot ons door dat deze mensen hier allemaal zijn om ons welkom te heten, we zijn aangekomen bij ons hotel en dit is een hele warme, hartelijke ontvangst! Na aankomst volgt een heerlijke douche, een paar koude Egyptische biertjes en een wandeling langs de Nijl en door de kleine marktstraatjes. Dan neemt Dominik afscheid van de groep. Hij had zich voor zes etappes ingeschreven en vliegt vanuit Luxor weer terug naar Duitsland. Op deze manier heeft hij zijn zus Alexandra uitgezwaaid maar nu roept thuis weer de plicht. Voor ons twee rustdagen in Luxor, sommigen in een hotelkamer, anderen in hun tent. Ik slaap ook in mijn tent. Er staat ons vast nog een heleboel te wachten op weg naar Kaapstad.

Wind mee en vijf sterren

Vandaag zitten we op een beach resort. Het moet wel vijf sterren zijn want als we aankomen krijgen we een handdoek aangereikt en een welkomstdrankje. We kamperen op een zandstrand van de Rode Zee en we hebben de luxe van vijf sterren sanitair en bier. We nemen het ervan want morgen zullen we in een bushcamp slapen. Leuk om jullie reacties op de blog te lezen! Ik hoop dat jullie door de verhalen een beetje een indruk krijgen van onze tour. En hopelijk zullen er posts op deze blog blijven komen. Soms zullen we geen bereik hebben, of is de electriciteit op, of is er geen tijd vanwege de lange etappes, of is er gewoon geen zin om te schrijven vanwege de vermoeidheid. In ieder geval waren de afgelopen twee dagen goed te doen. De derde etappe 135 km over vlak terrein met goed asfalt en wind mee. Door rustig te rijden en goed op elkaar te letten lukt het om de groep bij elkaar te houden. De stemming was goed. We eindigen op een kampeerterrein waar iedereen snel z’n tent opzette. Althans… sommigen zijn duidelijk heel ervaren, terwijl het bij anderen duidelijk de eerste keer is dat hun tent wordt uitgepakt. Bij hun duurt het iets langer. Voor de eerste keer mag onze kok Miles zijn kookkunsten laten zien en hij zet ons één van zijn specialiteiten voor: spaghetti. Echt fietsersvoer en de meesten schuiven het met grote happen naar binnen. ’s Avonds gaat vrijwel iedereen vroeg naar z’n tent. Rond 20.30 is het nacht in het kamp. De volgende ochtend is het stressen om kleding, slaapzak, tent, matras, toiletspullen, en al die andere zaken weer in de plunjezak te krijgen. Maar uiteindelijk lukt het iedereen, zelfs Alistair die vakkundig enkele minuten lang zijnplunjezak op de grond beukt om ruimte te maken. De etappe is maar 80 km vandaag en we starten rond 7.00 uur. Dezelfde condities als gisteren: redelijk goed asfalt en wind mee, door de zandwoestijn en langs de Rode Zee. We starten als laatsten en onderweg komen we iedereen tegen. Sommige fietsers haken bij ons groepje aan en fietsen mee zodat onze groep langzaam groeit tot zo’n tien fietsers. Om 10.00 zijn we klaar met de lunch. Lunch om 10.00 voelt toch een beetje vreemd maar ze zeggen dat we alle het gezonde eten moeten eten wat we maar kunnen vinden. Onderweg maakt onze lokale fietser Ahmed een paar opnames met z’n Gopro. Met een gangetje van rond de 35 km per uur komen we rond 10.30 aan bij het beach resort. De tenten staan een stuk sneller dan de vorige dag en daarna nemen we een heerlijke duik in de zee, met fietskleren en al. Morgen zullen we de kust van de Rode Zee verlaten om richting de stad Luxor aan de Nijl te gaan. Dat zal twee dagen kosten. Kaapstad is nog ver weg!

IMG_20180110_120716DSC00090DSC00088DSC00081DSC00084DSC00085DSC00086IMG-20180110-WA0006

De kop is er af!

De eerste twee etappes zitten er op! Gisteren hebben we 112 km gereden van Cairo naar de Rode Zee en vandaag 148 km langs de Rode Zee naar het zuiden. Op de ochtend van vertrek maakt iedereen zich paraat en Harjan en Hil nemen voor vier maanden afscheid. Het vertrek vanuit Cairo is een spektakel, de Egyptische politie wil duidelijk geen enkel risico met deze tour nemen en met zwaailichten en sirenes begeleidt een heel leger van agenten ons kleurrijke konvooi door de drukke straten van Cairo naar de pyramides. Daar moeten we poseren voor een groep journalisten en fotografen zodat de Tour de nodige media-aandacht zal krijgen. Voor onze veiligheid worden we vervolgens per bus naar de andere kant van Cairo vervoerd om daar te starten. Na een uur is het dan eindelijk zover: op de fiets om de eerste echte kilometers te gaan maken! En dat is lekker! Het waait behoorlijk en de wind is schuin tegen. We moeten direct flink aan de gang en al na enkele kilometers rijden een aantal snelle mannen in een waaier op kop. Het is duidelijk dat er een paar racers tussen de deelnemers zitten. Het gaat lekker hard maar het lijkt me onverstandig om al op dag één met onze krachten te gaan smijten. Dus zodra onze lokale meefietser, Ahmed uit Cairo moet lossen laat ik me ook terugzakken en de Schot Alistair doet hetzelfde. We verzamelen nog wat fietsers bij elkaar en samen rijden we tegen de wind in naar de Rode Zee. We hebben onze eigen politie-escorte, een soort half-gepantserde pickup, die het verkeer, vooral de vrachtwagens, vakkundig bij ons vandaan houdt. We overnachten in een hotel aan de Rode Zee. Ik deel een kamer met Don, de oudste deelnemer aan de Tour. Hij komt uit de VS en is 68 jaar als ik het goed begrijp. Bovendien heeft hij een flinke vergroeiing aan zijn linker voet wat het fietsen moeilijk maakt. Na een goed maal en een goede nachtrust maken we ons klaar voor de tweede etappe. Don verwacht dat hij tot de lunch zal fietsen en dan met de lunchtruck mee zal rijden naar het hotel. De etappe is 148 km richting het zuiden, langs de Rode Zee. Het is allemaal goed asfalt en er staat een stevige noordenwind. Wind mee dus. Na een ontbijt met instant koffie in plaats van versgemalen bonen vullen we onze bidons bij de truck en kunnen we om tien voor zeven starten. Met politie-escorte en zonder problemen rijden we tussen de Rode Zee links en een eindeloze zandwoestijn rechts met een flink tempo naar de lunch. Daar komen we rond 10 uur aan. Beetje vroeg voor een lunch maar het pita brood met tonijnsalade gaat er goed in. Na de lunch rij ik met Richard uit de VS door naar ons volgende hotel. We rijden over prima asfalt door een vlakke droge zandvlakte met af en toe uitzicht op de Rode Zee. De wind is nog steeds gunstig, de Cube rijdt geweldig en de benen zijn goed. En daarom gaat het hard en we halen regelmatig 47 km per uur. Het is heet. Vlak voor twaalven komen we aan bij het hotel en na een lekkere douche loop ik samen met Alistair en Richard het stadje in. We drinken Arabische koffie in een café met plaatselijke oude mannetjes, Richard durft zelfs mee te doen met hun waterpijp. Als we op de terugweg naar het hotel de straat willen oversteken moeten we stoppen voor een politieauto. En warempel, daarachter rijdt Don! Samen met Harriet, de teamarts, nog een politieauto, nog een politieauto en tenslotte een ambulance. Met zijn privé escorted heeft hij toch de hele etappe uitgereden en hij trekt veel bekijks. Een geweldige prestatie Don! En wij zijn vandaag allemaal een stukje dichter in de buurt van  Kaapstad gekomen.

Je kunt meer vinden over onze tour https://tdaglobalcycling.com. Ze hebben news, Twitter en Facebook. En ook nog een nieuwsberichtje: http://presstoday.net/بالصور-إنطلاق-رالى-دراجات-من-مصر-إلى-أ/

 

We hebben er zin in!

Er is nog weinig te melden, niks eigenlijk. Want we hebben nog steeds niet gefietst… Maar de zenuwen veranderen in een gezonde spanning, een spanning die ik herken. Hetzelfde gevoel wat ik al vaker heb gehad voor zware fietstochten. Ik ga het echt doen, het is bijna zover, over twee dagen zit de eerste etappe er al weer op! De meeste mensen heb ik inmiddels ontmoet tijdens een feestelijke borrel gisteravond. Ze komen uit alle windstreken: Europa, Noord-Amerika, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland. De VS en Canada zijn het best vertegenwoordigd. De meesten zijn boven de vijftig en gepensioneerd. Degenen die jonger zijn zitten vaak tussen twee banen in. Ze hebben allemaal één ding gemeen: iedereen is wel nerveus. Hebben ze wel de juiste spullen? Zullen ze niet ziek worden? Doet hun mobieltje het wel in Sudan? En ze vragen zich vooral af of ze wel fit genoeg zijn. Een terechte vraag voor een aantal van de heren denk ik overigens. Maar… ik heb inmiddels geleerd dat je bij fietsen nooit moet uitgaan van de eerste indruk… We zullen zien. Vanochtend hadden we de eerste “rider-meeeting”. Dat ging over eten, slapen, hygiëne, gezondheid, veiligheid, fietsonderhoud, en nog veel meer. Daarna hadden we de “bike build-up workshop”. Die duurde twee uur en toen waren nog niet alle fietsen klaar. Sommigen hadden hun fiets vrijwel helemaal uit elkaar gehaald voor het vliegtuig. Morgen weer zo’n sessie. En dan op zondag om 6. 00 stappen we op. Mijn fiets is helemaal klaar staat in mijn hotelkamer en lijkt vragend naar me te kijken: “Wanneer gaan we? Wanneer gaan we nou eindelijk?” Hij heeft er zin in, ik ook!